Interview Prof. Hans Jansen in Visie: ' Ik een houwdegen? Wèlnee...'

Interview Prof. Hans Jansen in Visie: ' Ik een houwdegen? Wèlnee...'

Door Gert-Jan Schaap

Hij is een van de meest spraakmakende én omstreden islamdeskundigen van Nederland. Waarschijnlijk ook de enige met een eigen impresariaat. Arabist en publicist prof. dr. Hans Jansen neemt nooit een blad voor de mond. Moslims, maar ook vakgenoten nemen hem dat niet in dank af. Toch blijft hij zijn vaak prikkelende standpunten met verve verkondigen, omdat hij vindt dat hij “gewoon gelijk” heeft.

De raampartij van zijn woonkamer vol Arabischtalige boeken biedt uitzicht op Amsterdam Oud-Zuid, het decor van zijn jongensjaren. Gewapend met een kop groene thee installeert hij zich naast een rond salontafeltje. Een Hebreeuwse bijbel (“nog uit mijn gymnasiumtijd”) ligt opengeslagen onder zijn leeslamp. Jansen blijkt de geselecteerde spreuken vooraf grondig te hebben bestudeerd, inclusief de Hebreeuwse grondtekst én de Vulgaat. Wie zijn indrukwekkende CV kent, zal het niet verbazen. Jansen haalde zijn propedeuse theologie voordat hij zich op de Arabische taal en cultuur stortte, in een tijd waarin de islam nog een redelijk exotische term was – maar tijden veranderen.

Wijkdominee

Met de Bijbel is Hans Jansen, die op latere leeftijd toetrad tot de katholieke kerk, van jongs af aan bekend. Hij groeide op in de kringen van de Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband, waarin zijn ouders zeer actief waren.

Leer een kind van jongs af aan de juiste weg, en het zal er niet van afwijken wanneer het oud geworden is. Spreuken 22:6
“Dat is waar,” zegt hij. “Jong geleerd, oud gedaan. Ik kan er weinig méér over zeggen, of ben ik nou in de war?” Jansen hoeft niet lang na te denken over de vraag welke lessen zijn ouders hem hebben meegegeven. “Aan meten met twee maten heeft de Here een gruwel. Eerlijkheid, ook in het beoordelen van mensen: niet een andere maat voor anderen nemen dan voor jezelf. En mijn ouders hebben me – vooral non-verbaal – meegegeven dat het christendom een van de belangrijkste dingen is die er zijn voor je intellectuele en zielenleven. De lijst van het schilderij, om zo te zeggen.”

Schouderklopje

‘Wanneer het oud geworden is,’ zegt de spreukendichter. Wat merkt Jansen van de ouderdom? “Ik ben 67, dus af en toe krijg je een schouderklopje van God dat Hij je komt halen, haha!” Dat ‘schouderklopje’ kwam ruim een jaar geleden wél hard aan: Jansen kampte met ernstige hartproblemen, en stond voor zijn gevoel op de drempel van de dood. “Maar die cardiologen zijn zo vreselijk knap; nu is het alsof ik 50 ben. Ik heb het gevoel dat ik nog jaren mee kan, als ik maar rustig artikelen en boeken blijf schrijven.” Grijnzend: “En als de moslims het toelaten.” Waarom die ‘gekscherende’ toevoeging? “Omdat heel veel dingen niet meer gepubliceerd kunnen worden. Vanwege de druk van de potentiële Bouyeri’s (Mohammed B., die Theo van Gogh in 2004 vermoordde). Theo van Gogh heeft ook veel in die stoel gezeten waarin u nu zit. Die leeft niet meer...”

Wie het goede zoekt, zal waardering vinden, wie het kwade zoekt, wordt door het kwaad getroffen. Spreuken 11:27

“Was dat maar waar,” verzucht hij. “Vaak gaat het precies andersom. Veel mensen zoeken het kwade; ik zie niet dat zij door het kwaad worden getroffen. Omgekeerd ken ik mensen die uit alle macht het goede zoeken, maar geen waardering vinden. Voor mij is het zeer de vraag of mensen die het goede zoeken werkelijk waardering vinden.”
Menigeen verwijt hem dat hij uitsluitend ‘de slechte kanten’ van de islam belicht en dus ‘het goede’ niet zoekt. “Laten de moslims dan de goede kanten naar voren halen,” reageert hij strijdlustig, “en met de stukken weerleggen dat die slechte kanten er zijn; dat is nóg dringender! Maar dat gebeurt niet, want ik heb honderd procent gelijk. Ik word voortdurend aangevallen dat ik een slecht mens ben. Jammer dat het mensen boos maakt, maar het hoort een beetje bij de islam dat moslims boos worden. Élke niet-moslims die over de islam praat, wordt met pek en veren overgoten. De sharia (islamitische wetgeving, red.) verbiedt het nadrukkelijk dat niet-moslims over de islam spreken.”
 

Pek en veren

Wie zijn dossier doorspit, merkt dat Jansen en controverse samen lijken te gaan als een handschoen en een hand. Niet alleen moslims laten zich negatief over hem uit. Vakgenoten en journalisten typeren hem opvallend vaak als een houwdegen. “Mijn vakgenoten denken net zo over de islam als ik, alleen durven ze dat niet te zeggen,” relativeert hij. “En journalisten zijn allemaal erg voor ‘multiculti’ en dus voor de islam. Ik ben voor het Westen en het christendom. Daarom krijg ik het voor mijn kiezen.” Verdedigend: “Ik word door een aantal rotzakken zwartgemaakt, en daar kan ik best mee leven. Ik ben met pensioen en de meeste van mijn collega’s nog niet. Ik geef u op een briefje: als die heren met pensioen gaan, ben ik niet meer de enige die zwart wordt gemaakt. Er is een enorme angst voor carrières en voor Mohammed Bouyeri’s. Dat vergiftigt het beeld dat we van de islam krijgen totaal. Ik een houwdegen? Wélnee... Het is misschien hooguit mijn gereformeerde erfenis, dat ik mij geen knollen voor citroenen laat verkopen en dingen duidelijk benoem.”

Een mens denkt de juiste weg te gaan, terwijl die eindigt bij de dood. Spreuken 14:12

Alsof er ergens een startschot klinkt, veert Jansen overeind. “Dit is een héél interessante! Er staat eigenlijk iets anders.” Er rollen Hebreeuwse woorden uit zijn mond, waarna hij vervolgt: “Er staat: ‘Er is een rechte weg voor het aangezicht van de mens. En het slot daarvan zijn de wegen van de dood.’ Hoe wordt de islam in de Koran genoemd? ‘De rechte weg’! Niet één, maar wel honderd keer. In de eerste soera bidden moslims dat ze geleid mogen worden op de rechte weg, en niet de op weg van de zondaars – christenen, Joden, enzovoort. Deze spreuk zegt dat mensen dénken de rechte weg te gaan – de islam, bijvoorbeeld – en daar heel tevreden mee zijn; maar die weg loopt uit op niets, op verdriet. Er is maar één dwaalleer die zichzelf letterlijk als de rechte weg aankondigt, en dat is de islam.” Met een twinkeling in zijn ogen: “Mag ik niet zeggen, hè? Maar ik doe het toch.” 

Moord

Het woord dood valt in deze spreuk. Vooral in de laatste maanden van zijn leven kwam Theo van Gogh hier geregeld over de vloer. Nu met zachte stem: “Ik denk vaak aan hem terug; dat was een vriend van me. Die moord had een enorme impact.” Ook op Jansen? “Niet op mijn opvattingen. Wel op wat je in Nederland te horen en te lezen krijgt over de islam. Er zijn bijvoorbeeld uitgevers die bepaalde titels niet herdrukken omdat het te gevoelig ligt.” Of dat ook voor boeken van zijn hand geldt, wil hij niet zeggen.
Angst is in onze samenleving geslopen, constateert de mediagenieke arabist. “Mensen die wel openlijk over die dingen spreken, zijn ontzéttend voorzichtig. Ze lopen op eieren. Weet u wat me echt woedend maakt? Als men roept: ‘Ja, maar de SGP is toch óók een dictatoriale club?!’ Alsof de SGP op de Veluwe jongeren leert oefenen met granaatwerpen!” Met stemverheffing: “Flauwekul! Je mag ergens wel de pest aan hebben, maar dat is iets anders dan ergens direct de bijl in zetten. De SGP heeft de pest – niet hun term, nee, maar u begrijpt wat ik bedoel – aan bepaalde dingen, maar zullen er niet met brandstapel en bijl op afgaan. Moslims wel. Oké, niet álle moslims. Het is maar een heel klein gedeelte. Een voorhoede. De rest is bang voor hen. Terecht: zij weten beter dan wij hoe gevaarlijk die mensen zijn. Je kunt wel beweren dat Mohammed Bouyeri in de war was, maar nee, nee, nee, nee – Theo is door de islám vermoord. En moslims profiteren ervan, doordat men sindsdien minder durft te catalogiseren hoe het werkelijk met de islam zit.”

Wie zijn fouten verbergt, zal geen voorspoed kennen, wie ze toegeeft en vermijdt, krijgt vergeving. Spreuken 28:13

Zijn wijsvinger priemt in de lucht. “Daar heb je nou precíes het verschil tussen christendom en islam! Mohammed zegt dat je fouten moet bedekken, die niet uit moet meten. Klinkt heel vroom, maar dat is precies het tegenovergestelde van wat hier staat. Ik heb het zó vaak gemerkt; moslims kúnnen niet zeggen: ‘Sorry, ik ben schuldig.’ In mijn eerste studiejaar verzekerde de docent ons: ‘U met uw calvinistische achtergrond zult natuurlijk vragen: “Hoe zit het met schuldbekentenis en -vergeving in de islam?” Wel, dáár gaat het niet over in de islam.’ Klopt! Maar waarom mocht ik me dat niet afvragen? Alleen al het onder ogen zien van je fouten is ongelofelijk nuttig. Het feit dat de islamitische traditie dat – principieel – niet doet, maakt die cultuur érg anders dan de onze.”
 

Fundamentalisme

Over schuld gesproken: van zijn protestantse opvoeding werd hij “niet gelukkig”. “Dat had te maken met het calvinistische schuldgevoel, denk ik. Schuld als een soort existentiële positie; dat vond ik naar. Daar kon ik niets mee in mijn puberteit en toen ik theologie ging studeren. Nu versta ik die protestantse taal wel, overigens; ik heb ook veel vrienden uit SGP-kringen. En inmiddels weet ik dat het een van de allerbelangrijkste dingen is dat je inziet dat je fouten hebt gemaakt, ze bekent en vermijdt. Of je dan vergeving krijgt... Zolang je het telefoonnummer van de hemel niet hebt, weet je dat niet. Laten we aannemen van wel.”
Heeft de islamdeskundige fouten moeten toegeven in zijn lange loopbaan? Grinnikend, alsof de vraag kriebelpootjes heeft: “Ik zou gráág zeggen dat het niet zo is. Natuurlijk heb ik fouten gemaakt. Ik heb bijvoorbeeld heel lang gedacht dat het fundamentalisme niet zou overwaaien naar Europa. Dat had ik niet goed voorzien. En ik heb heel lang de islamitische propaganda geloofd. Mijn hoogleraren spraken gewoon hun moslimse vrienden na, ontdekte ik later. Bijvoorbeeld dat in 1492 de Joden én de moslims uit Spanje zouden zijn verjaagd. Ónzin: het waren alleen de Joden. Maar dat beweren de moslims om meer slachtoffer te zijn.”

Velen zoeken de gunst van een heerser, maar alleen bij de HEER vindt een mens zijn recht. Spreuken 29:26

“Een waarheid als een koe!” reageert Jansen. “Daarom moeten we opletten bij verkiezingen. Ik verzeker u: nu loopt iedereen te schelden op de nieuwe politieke partijen waar de majesteit zich zoveel zorgen over maakt, maar zodra die goed vertegenwoordigd zijn in het parlement, is dat over. Alle weerstand tegen Wilders zal snel verdampen na een daverende verkiezingsoverwinning.”
De PVV piekt in de peilingen, maar volgens Jansen zou het beter zijn als die partij nét niet als grootste uit de (stem)bus zou rollen. Een brede lach maakt een ellips van zijn ringbaard. “Ik heb vrij lang geleden al een stuk geschreven met de titel ‘Het kabinet Eurlings-Wilders’. Daar zou ik niet tegen zijn. Dan kunnen ze samen proberen een beetje orde te scheppen in deze verworden wereld, haha.”

Extreem rechts

Het woord ‘heersers’ ontlokt hem even later de volgende analyse: “In de islamitische wereld zie je heel sterk dat men gericht is op machthebbers. Een ongelofelijk groot deel van de moslims in de islamitische wereld leeft van de verkoop van benzine, die ze écht niet zelf onder de grond hebben gestopt. Ze leven van allerlei hulpprojecten, die ze ook niet zelf hebben betaald. Machthebbers in de islamitische wereld zijn niet in staat hun eigen broek op te houden. Dat komt voor een deel omdat ze het Westen intens haten. Niet voor niets begint het christendom met het gebod je naaste lief te hebben. Dat is niet alleen een religieus, maar ook een maatschappelijk voorschrift. Wanneer je haat jegens andersdenkenden tot hoofdthema maakt, gaat het mis. Kijk naar Afrika. Waarom gaat het daar fout? Omdat niemand er...” Hij kapt zijn gedachtestroom af. “Laten we maar ophouden, vreselijk.” Om met een brede grijns te besluiten: “Dat wordt helaas als een bijna extreemrechts standpunt gezien, maar ik heb wel gelijk – lekker puh!”

De spreuk van Hans Jansen:

Houdt dan stand en laat u niet opnieuw het juk der slavernij opleggen.

 

"Galaten 5:1, gebaseerd op de Vulgaat,” verduidelijkt Jansen. “Dat slavenjuk vat ik op als de sharia, en standhouden als christen blijven, en je fouten durven toegeven. Ik ben geen activist, hoor. Maar ik kan wel stukjes en boeken schrijven. Dat blijf ik doen. De intellectuele en de religieuze vrijheid van mensen is in het geding. Een van mijn vrienden is zelfs vermoord vanwege het uitoefenen van die vrijheden. We moeten proberen ons daaraan vast te houden. Als maatschappij laten we ons – helaas – wel degelijk het juk der slavernij opleggen.”



Dit artikel is overgenomen uit EO-Visie van 13-19 februari 2010
Meer informatie: www.eo.nl/visie


 

 

<< Terug naar het overzicht